14 coquilles0,5 liter kokosmelk
Stukje verse gember
1 limoen
200 gr. wilde spinazie
2 sjalotjes
Bereiding 1:
Kokos melk op een zacht vuur zetten. Gember schillen en raspen. Schil van de limoen raspen. Voeg gember en limoenrasp naar smaak toe (let op dat de smaken niet meteen te proeven zijn dus ga niet te royaal ermee om) aan de kokosmelk en laat heel zachtjes tot de helft laten inkoken. Proef vervolgens of er een mooi evenwicht ontstaat tussen de 3 smaken, geen van drieën moet overheersen. Evt. nog een beetje gember en/of limoenrasp toevoegen. Breng op smaak met klein beetje zout en peper. Giet de saus door een zeef en zet apart.
Bak de coquilles in een koekenpan met klein beetje olie 1 minuut per kant bruin. Leg een coquille in een (schoongemaakte) coquilleschelp en giet daaroverheen de warme kokossaus.
Bereiding 2:
Blancheer de wilde spinazie kort en koel de bladeren af in ijskoud water. Dep droog met keukenpapier. Snijd de dikste nerven van de bladeren weg. Leg een coquille op een spinazieblad, bestrooi met een beetje zeezout en zwarte peper en pak de coquille in het spinazieblad in.
Snijd de sjalotjes heel dun.
Doe de spinazie/coquille pakketjes in een chinees stoommandje en stoom ze vervolgens in 4 minuten gaar. Fruit de sjalotjes (met een beetje zout) totdat deze glazig en heel lichtbruin zijn. Leg een klein beetje van de gebakken sjalotjes in een (schoongemaakte) coquille schelp en leg daarop het gestoomde spinaziepakketje.
Rijckbosch Vonkelwijn





